Bij de beesten af

In de verte zie ik ze al lopen. En ze zien mij ook.
Terwijl hun baasjes druk met elkaar in gesprek zijn en geen enkele sjoege geven, begint een van de honden hard te blaffen en komt vervolgens snel op mij af gerend. Ik sta aan de grond genageld.
Nog altijd lijken de vrouwen niks door te hebben, waardoor ik zelf maar begin te roepen: “mevrouw, mevrouw, wilt u alstublieft uw hond terug roepen?”.
De vrouw lijkt eindelijk door te hebben wat er gebeurd en roept haar hond terug. Nog voor ik opgelucht adem kan halen trekt hond nummer 2 een sprintje en nadert in volle vaart. Zijn vrouwtje komt achter het beest aan gesukkeld, terwijl ik met mijn handen omhoog de hond m’n rug toekeer. Inmiddels met het hart in mijn keel zeg ik “ik vind dit echt niet fijn”.  De vrouw van hond 2 staat inmiddels naast me en zegt “ach, ze doen niks hoor”.
Hierop pruttel ik tegen “dat weet ik toch niet en daarbij ze mogen hier ook helemaal niet loslopen”.

Aiiiii, dat was duidelijk tegen het zere been. “En u mag niet zo vervelend zijn, bitst de vrouw terug”. Een hele preek volgt, terwijl ze van me wegloopt (met hond gelukkig): Ik kon toch zelf wel bedenken dat ze niks doen, anders hadden ze die honden niet losgelaten. Dat ze toch niet achterlijk is en nog iets over het accepteren van elkaar.

Huh? Ik weet echt niet wat ik hoor. Is dit niet een beetje de omgekeerde wereld? En dan te bedenken dat als ze 10 meter terug zou lopen en de dijk aan de andere kant zou pakken ze gewoon in een losloopzone zou kunnen wandelen.

Omdat ik helemaal geen zin heb in een asociaal heen en weer gegil, loop ik door en probeer te bedenken wat ik uit deze situatie kan leren. Laten we er dan maar wat positiefs van maken, toch?
Nou, dat duurt echt even, want ik tril nog flink na van de schrik en van het onrecht (in mijn ogen).

Misschien heb je ook wel een hond en denk je nu “o, ben jij er zo een”. Dat is helemaal oké. Ik schrijf deze mail niet om een betoog te houden tegen het loslopen van honden buiten het losloopgebied en ik wil ook zeker mijn gelijk niet halen.
Maar wat ik wel met je wil delen is wat ik me realiseerde toen de adrenaline eenmaal was gezakt:
“Je hebt niet voor het zeggen wat er gebeurt. Hooguit heb je controle over hóe je hier mee om gaat”.

Had ik anders kunnen reageren? Ja, zeker wel. Ik had ook helemaal niks kunnen zeggen, of me om kunnen draaien en mijn route aan kunnen passen. Misschien had ik de confrontatie met de honden hiermee uit de weg kunnen gaan, maar is dat hoe ik wil leven? Een vermijdend bestaan waarbij ik ook nog eens m’n ogen sluit voor wat er om me heen gebeurt? Niet zo mijn ding, hoewel ik echt niet roomser ben dan de paus en ook weet wanneer ik mijn mond moet houden.
Ik had ook als een viswijf terug kunnen gaan katten. Hoewel ik eerlijk moet zeggen dat ik die neiging wel even moest onderdrukken, ben ik blij dat ik dat niet heb gedaan.
Ik had er ook voor kunnen kiezen om me nieuwsgierig op te stellen en te vragen waarom mijn opmerking haar zo boos maakte. Of zelfs in een stap daarvoor nog, had ik haar kunnen vragen waarom haar hond los liep, in plaats van haar te wijzen op de regels.

Als de situatie me niet zo had overvallen, zou ik deze laatste opties misschien wel hebben overwogen, maar op dat moment kwam het niet in me op. Ik reageerde vooral op mijn gevoel.
Omdat dit, gelukkig, geen situaties zijn die ik dagelijks mee maak is het maar de vraag of ik een volgende keer wel anders zou reageren. Ik verwacht, of hoop eigenlijk, dat er niet zo snel een volgende keer komt.

Maar wat nu als dit een terugkerende situatie zou zijn? Als ik elke dag weer dezelfde vrouw met haar loslopende hond tegen zou komen, dan zou het absoluut de moeite waard zijn om te onderzoeken wat het mij zou opleveren om mijn reactie verder te onderzoeken en aan te passen. Want pas dan zouden we een herhaling van vanochtend kunnen voorkomen. Natuurlijk speelt de dame in kwestie daar ook een rol in, maar ik kan háar niet veranderen.

Misschien dat je nu denkt, maar wat moet ik hier mee?
De reden dat ik dit me je deel is dat je dit plaatje een op een kan leggen op je eetgedrag: als je een keer uit de bocht vliegt en wat meer eet dan normaal, dan is er niks aan de hand. Je kunt wel proberen te leren van je situatie, maar als dit slechts een paar keer per jaar gebeurt, bijvoorbeeld met kerst en oud en nieuw, dan zal je dit waarschijnlijk zelf niet als een knelpunt ervaren.

Anders wordt het wanneer je wekelijks van dit soort momenten hebt. Dan loont het wél degelijk om je gedrag te onderzoeken. Want ook daar geldt dat je kunt kiezen om een straatje om te gaan, maar wie garandeert dat daar niet ook gewoon weer een hond los loopt? Overeten vermijden door jezelf aan strenge eetregels te onderwerpen is niks anders dan uitstel van executie. Vroeg of laat zul je altijd weer in contact komen met verleiders, want lekker eten is nu eenmaal altijd en overal aanwezig. Je zult je overgeven aan je gevoel en terugvallen in oud gedrag.
Om écht te veranderen is het veel effectiever om te onderzoeken wáarom jij niet van deze verleiders af kunt blijven of wáarom je geen maat kunt houden? Dáár ligt de echte oplossing van je probleem.

Ik ben benieuwd of mijn mail je nieuwe inzichten heeft gegeven. Zou je die in een reply met me willen delen?

Share this Post

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>
*
*