Eten als grootste vriend én grootste vijand

Onlangs werd ik 44.
En daar ben ik helemaal oké mee.
Als je me al wat langer volgt, dan weet je dat ik niet zo veel geef om cijfertjes 😉

Maar los van de cijfers, ben ik ook oké met m’n oogleden die inmiddels wat zijn gaan hangen en de plooien die nog in mijn wang staan, al lang nadat ik uit bed ben gestapt.

Wat overigens niet wil zeggen dat ik het altijd leuk of mooi vindt, maar ik heb geleerd dat het verzetten tegen zaken die ik niet kan beïnvloeden me alleen maar een heel vervelend leven bezorgen. Accepteren van wat nu eenmaal is, geeft daarentegen heel veel rust en ruimte.

En ja, ik zou er in principe wel wat aan kunnen doen, want tegenwoordig is bijna alles te koop, dus ook een paar strakke oogleden. Maar ik kies er voor dit niet te doen zolang ik er  geen hinder ondervind dat verder gaat dan wat ik wel of niet mooier zou vinden. Mooi is namelijk geen feit maar een mening.

Wat ik echter wél vervelend vind van het ouder worden is dat ik de laatste maanden wat kwaaltjes heb, waardoor ik de spreekkamer van de dokter en het ziekenhuis de laatste weken vaker van binnen heb gezien dan de laatste jaren bij elkaar.

Ik zal je niet vermoeien met de details, maar aangezien het hier gaat om fysieke, beperkende klachten, zijn dit geen klachten die ik zomaar even kan accepteren. Niet zolang ik niet heb onderzocht wat de oorzaak is en of deze oorzaak wellicht verholpen kan worden.

Zo is het dan ook gekomen dat ik deze blog zit te schrijven in de wachtkamer van de huisarts. Als het goed is voorlopig mijn één na laatste bezoek.
En de reden dat ik deze mail nú schrijf is omdat ik net zat te fantaseren over wat ik vanavond ga eten. Heb ik zin in pizza? Of een patatje met?

Want na al dat gedoe heb ik immers echt wel even wat verdiend.

En terwijl ik zit te bedenken waar ik trek in heb, realiseer ik me plots dat mezelf net heb betrapt op een oud, maar o zo bekend patroon.

Ik heb vroeger namelijk nogal eens de neiging gehad om mezelf te belonen met eten. En nu is dat helemaal niet persé een probleem, mits dat af en toe eens gebeurt. Maar in mijn geval was eten eigenlijk de énige manier waarop ik mezelf kon belonen.

Eten “maakte voor mij alles goed” na een drukke werkdag, wat betekende dat ik vrijwel dagelijks een “excuus” had om mezelf even lekker te verwennen of te ontzien door te kiezen voor een makkelijke, snelle hap of iets “lekkers”.

Maar aangezien dit gedrag op de weegschaal duidelijk zichtbaar was, was eten mijn grootste vriend maar tegelijkertijd ook mijn grootste vijand. En een échte vriend was al dat eten natuurlijk helemaal niet, want ik voelde me dan weliswaar tijdens het eten en vlak voor het eten helemaal happy, de dag erna had ik exact hetzelfde probleem aan de hand.

Eten was slechts een pleistertje op de wonden, een afleiding van het feit dat er structureel iets niet helemaal lekker zat en zodra ik me dat realiseerde, zag ik dat al mijn pogingen om af te vallen dit probleem niet zouden doorbreken. Dat daar toch echt iets anders voor nodig was.

Ik begon mezelf dan ook vragen te stellen wanneer ik opmerkte dat ik wilde gaan eten omdat ik dat “wel had verdiend”.
Wat had ik dan gedaan dat zo opmerkelijk was dat ik daarvoor beloond moest worden en klopte die gedachte wel? Hoe voelde ik me op dat soort momenten? En waar had ik werkelijk behoefte aan?

Dus terwijl ik me net realiseer dat ik op het punt sta in mijn oude valkuil te stappen, stel ik mezelf dan ook opnieuw deze vragen. En waar ik achter kom is dat ik helemaal geen zin heb in een vette hap, maar wel in een snelle hap. Al dat gedoe rondom mijn fysieke klachten heeft me het nodige aan energie gekost en ik wil dan ook niks liever dan vanmiddag buiten, even lekker met m’n hoofd in de zon. Met een boekje of misschien juist wel even met helemaal niks.

Even doen wat me energie geeft om mezelf op te laden, en daar hoort koken niet bij. Ik doe het wel, maar het is niet echt mijn hobby.

Gelukkig betekent gemakkelijk eten bij mij niet meer dat ik dan maar een vette hap bestel. Juist voor de momenten waarop ik geen zin heb om te koken, vries ik mijn kliekjes altijd in en kook ik regelmatig ruimere porties.
Ik weet dus wat me te doen staat als ik straks thuis kom: voordat ik neerstrijk op onze loungebank, haal ik eerst even 2 porties bobotie uit de vriezer :-).

Ik zo benieuwd of jij dit herkend. Of jij wel eens iets anders eet dan je eigenlijk wilt of je hebt voorgenomen omdat je “dat wel hebt verdiend?”. Zou je dat met me willen delen?

Share this Post

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>
*
*